Incognito Reeks #4

Nachtschade

Erik Wielaert

Onophoudelijk vertolkt de regen zijn striemend concert. De maan heeft zich schielijk teruggetrokken achter het inktzwarte wolkendek. Eeuwenoude eiken, zwaarmoedig in zichzelf gekeerd, ondergaan kreunend het losgebarsten noodweer. Met donderend geraas breekt de hemel open. Grillig hemelvuur vertakt zich in oneindig lijnenspel. Boven op de heuvel is het silhouet zichtbaar van een oud vervallen landhuis. De verlichte ramen verraden de aanwezigheid van de bewoners.

Wie gevoelig is voor de hierboven geschetste sfeertekening, dient onverwijld het zojuist verschenen album van Erik Wielaert aan te schaffen. Voor de liefhebber is deze auteur allang geen onbekende meer. Eerder waren bijdragen van zijn hand te bewonderen in het Groningse stripblad Gr'nn (waarvan hij tevens redactielid is), Zone 5300 en Incognito

Dit album, dat is uitgegeven als deel vier in de Incognito Reeks, draagt de toepasselijke titel 'Nachtschade'. Het bevat drie korte verhalen die zich afspelen in de schemerzone. Om te griezelen dus. Eens te meer wordt de lezer fijntjes duidelijk gemaakt dat er meer is tussen hemel en aarde.

In het eerste verhaal heeft Bas Dorhout een bizarre ontmoeting in een vervallen en al jaren onbewoonde villa met een charmante, beeldschone vrouw die luistert naar de naam Isabel. Zodra deze fatale vrouw vertelt dat zij hier alleen woont en haar verschijning en taalgebruik duidelijk maken dat ze niet van deze tijd is, gaan de nekharen reeds overeind staan. Bas Dorhout echter raakt steeds meer verstrikt in het web van deze hongerige dame. Zijn eertijds zo gewone leventje staat compleet op zijn kop. Al snel blijkt echter dat hij geen partij is voor de duistere krachten van gene zijde, waarvan de vrouw een exponent blijkt te zijn. Aan het eind toont het kwaad nog wel zijn ware gelaat. Voor Bas is dit echter geen wijsheid die hij lang kan koesteren.

Enige raakvlakken met het magisch realisme dienen zich aan. Immers, de voor ons bekende en verklaarbare werkelijkheid lijkt ook hier doordesemd van vlagen van een andere, reeds lang vergeten, wereld. Slechts zo nu en dan worden we geconfronteerd met deze, meestentijds, voor ons niet zichtbare aanwezigheid. Ons eens zo voorspelbare leefpatroon wordt dan geheel ontregeld door een onverklaarbare gebeurtenis of ontmoeting. De gevolgen hiervan werken soms louterend voor de betrokkene. Echter, niet zelden zijn ze ook afschuwelijk van aard.

Zo ook in het tweede verhaal. Min of meer volgt dit hetzelfde stramien als het eerste. Ook hier volgen we de hoofdpersoon, Niels Bons, tijdens zijn fatale ontmoeting met een vertegenwoordiger van deze kwaadaardige schaduwwereld. Dat deze zich in zijn geval aandient in de persoon van Sara, een aantrekkelijke brunette, doet niets af aan het gruwelijke karakter van zijn uiteindelijke lot. Ondanks goedbedoelde waarschuwingen stort Niels zich gewillig in de armen van de jonge vrouw, waarna letterlijk het leven uit zijn jonge lichaam wordt gezogen.

Niet zozeer de lugubere creaties ontlokken een huivering bij de lezer. Meer de manier waarop de nietsvermoedende stervelingen met de nodige begeerte hun einde tegemoet snellen, is beangstigend. Niets is wat het lijkt, luidt de boodschap van Erik Wielaert. Overal om ons heen gonst het kwaad.

Het derde verhaal begint als een klassiek griezeldrama. Midden in een donker bos maken we kennis met Barney en Lisa. Dit jonge stel komt tijdens een hevig noodweer met de auto hopeloos vast te zitten in de modder. Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt, besluiten ze aan te kloppen bij een naburig huis. Ze worden hartelijk ontvangen door de vrouw des huizes (die bedrieglijk veel lijkt op Alfred Hitchcock). Zij bewoont samen met haar geestelijk invalide zoon dit naargeestige pand. Al snel wordt duidelijk dat de zoon zijn ogen niet van Lisa af kan houden. Dat dit verschrikkelijke gevolgen heeft, laat zich raden. En of de lezer het nu wil of niet, hij wordt vervolgens een speelbal van de wervelende gedachtewereld van de auteur. Er ontspint zich een huiveringwekkend plot met een verrassend open einde.

Toch zijn het niet zozeer de verhalen zelf die het meest beklijven. In grote lijnen volgen zij toch wel het stramien van het genre, zij het hier en daar met een vette knipoog. Het zijn met name de tekeningen die indruk maken. In een vloeiende lijn zijn de verhalen vormgegeven. De stijl houdt het midden tussen een realistische- en een karikaturale benadering. Optimale plasticiteit in de tekeningen wordt bereikt door het vakkundig benutten van de verschillende grijstinten. Als een ware Impressionist speelt Erik Wielaert ook gretig met het licht. Hierdoor worden fraaie beelden gecreƫerd die er voor zorgen dat de sinistere sfeer nog beter tot zijn recht komt. Als een ervaren regisseur speelt de auteur vervolgens met het perspectief. De lezer heeft het idee midden in een actiefilm te zitten. Behendig wordt er gebruik gemaakt van verschillende camerastandpunten. Mede hierdoor lezen de verhalen lekker weg en maakt de auteur duidelijk dat hij in staat is ze de juiste vaart mee te geven.

Kortom, een genietbaar album dat het beste gelezen kan worden tijdens stormachtige herfstavonden; wanneer de duisternis zich grijnzend tegen het venster drukt en de angst gierend rondwaart.

Danny Koningstein