Incognito Reeks #12

3

Chris Evenhuis / Jorg de Jong / Sjan Weijers

De zichzelf opdringende titel '3' vat dit twaalfde album in de Incognito-reeks conceptueel grotendeels en perfect samen: het zijn 3 verhalen van 3 auteurs, Evenhuis neemt evenwel alledrie de scenario’s voor zijn rekening, met enige reserve kan men stellen dat het voor alledrie de eerste échte strip is, het zijn 3 autodidacten (!), en… laat ik daar van mijnentwege aan toevoegen dat het 3 veelbelovende talenten blijken.

De 'bekendste' van deze twee jongens en een meisje is Chris Evenhuis met een sciencefiction-boek, een stripverhaal in Seasons #2, naar men fluistert een lopend project voor uitgeverij Arboris, en - natuurlijk - als kersvers recensent van Stripster (zie Etalage), 'de grootste virtuele bron van informatie over de oorspronkelijk Nederlandstalige strip', zoals wij dat zelf graag zeggen. De Jong en Weijers tekenen al van in hun jongste jaren en vervaardigen zich sindsdien in illustratiewerk allerhande. Iets hier vermeldenswaardig hadden ze tot nu toe nog niet gepubliceerd.

Evenhuis schrijft drie totaal verschillende verhalen, tenzij het begrip 'onmenselijk' in verschillende betekenissen misschien de bindende factor vormt. Voor De Jong levert hij een op het eerste gezicht mysterieus, vreemd aandoend scenario af over een cyborg, meer bepaald een kruising tussen een robot en een junglewezen, die duidelijk op zoek is naar iemand, die hem na aan het hart ligt maar iets zeer kostbaars van hem gestolen heeft. Al snel blijkt deze dynamisch getekende sf-actiestrip ook leesbaar op een tweede, diepzinniger niveau. Op dat tweede niveau hanteren Evenhuis en kompaan echter te eenvoudige en eenduidige archetypen van goed, kwaad, liefde, wraak, enzovoort. Die alleenstaande kritiek daargelaten blijft het een leuk, grafisch sterk actieverhaal.

Weijers, de vrouw in het gezelschap, heeft een voorkeur voor monstertjes, trollen, elfen en dies meer en Evenhuis heeft daar rekening mee gehouden in deze queeste met lugubere afloop van een kobold naar voedsel. Die voert hem langs een fee, die hem om een mij vooralsnog onduidelijke reden geld geeft, een heks, en een alien-achtig wezen. Zijn zoektocht brengt hem uiteindelijk niet bij eten maar bij een partner. Of toch bij eten?

Weijers' mistige en stroperige stijl, enkel onderbroken door de gepolijste alien, doet heel sterk denken aan oude fantasy en volwassen sprookjes zoals Layna van de Waalse Belgen Hausmann en Dubois. Ze heeft daarmee de perfecte stijl voor wat ze wil uitbeelden. Dit tweede verhaal geeft ook blijk van de sarcastische en zelfs cynische humor die heel wat albums van de Incognito-serie zo eigen is (Bedorven Verhalen en Ongezellige verhalen).

Het derde verhaal, dat Evenhuis ook zelf in beeld bracht, lijkt wel recht uit het verzameld werk van de Amerikaanse horror-auteur H.P. Lovecraft te komen. Wat begint als een wellevende brief aan een vriend van het hoofdpersonage, eindigt met de 'vrucht' van een necrofiele daad van liefde. Horror in een gepolijste verpakking, het is een motto dat voor beide auteurs kan opgaan. Evenhuis’ romantische tekenstijl spreekt mij persoonlijk het minste aan, wat absoluut niet wil zeggen dat hij minder getalenteerd zou zijn dan de twee anderen.

Tot slot vat '3' nog een prominent element van alle albums uit het Incognito-fonds: het zijn weer 3 illustraties dat je als auteur wel degelijk je punt kan maken op een beperkt aantal pagina’s (hier telkens acht). Door hun beperkte omvang zijn dit geen strips die een top vijf van het afgelopen jaar zullen halen, door hun kwaliteit zijn het wel strips van auteurs die allen de potentie hebben om ooit in die top vijf te staan.

Koen van Rompaey